Ga naar inhoud
Nagerekend, niet aangenomen

Is er een maand waarin je voordeliger koopt?

Over die vraag circuleren veel tips en weinig cijfers. Wij hebben de vraagprijzen, de prijsverlagingen en de doorlooptijd van honderdduizenden Belgische zoekertjes per maand uitgerekend, en de officiële verkoopcijfers van Statbel ernaast gelegd.

Nauwelijks.

Over 2021, 2022, 2023 zit er 4,8 procentpunt tussen de duurste en de goedkoopste maand, nadat de jaarlijkse prijsstijging eruit is gerekend. De “goedkoopste” maand is december (-2,5%), de duurste mei (+2,3%). Op een pand van 299.000 euro is dat minder dan wat één goed gevoerd gesprek met de verkoper verschuift.

Wat wél beweegt, is de KEUZE en de TIJD. In juni komt er 22% meer aanbod bij dan in een gemiddelde maand, in december 19% minder. En een pand dat in juni online komt, staat er mediaan 84 dagen op, tegenover 56 dagen voor een pand uit februari.

De ruimte om te onderhandelen zit dus niet in de kalender maar in de ouderdom van het zoekertje: in september ligt het aandeel panden dat binnen een half jaar in prijs zakt het hoogst (10,0%), tegenover 8,0% in april.

  • 4,8 procentpuntverschil tussen de duurste en de goedkoopste maand, nadat de jaarlijkse prijsstijging eruit is gerekend — minder dan wat toeval alleen al oplevert
  • Junimeeste keuze: +22% aanbod tegenover een gemiddelde maand
  • 56 dagenzo lang staat een pand uit februari mediaan online — de kortste van het jaar
  • 10,0%van de panden uit september zakt binnen een half jaar in prijs; dat is de hoogste maand

Wat er per maand gebeurt

Alle cijfers gaan over panden te koop en zijn opgeteld over 2021, 2022, 2023 — de enige kalenderjaren waarvan onze prijshistorie volledig is. Verderop staat waarom de andere jaren afvallen.

Maand Nieuw aanbod Mediane vraagprijs Seizoentrendvrij Prijsverlagingbinnen 6 maanden Mediane doorlooptijd
Januari 36.065 index 92 € 285.000 −2,5% 9,1% van 37.105 59 dagen van 3.632
Februari 35.961 index 92 € 288.000 −0,2% 8,8% van 37.040 56 dagen van 3.508
Maart 34.997 index 90 € 295.000 +0,1% 9,0% van 35.777 63 dagen van 3.377
April 46.544 index 119 € 295.000 −0,5% 8,0% van 47.658 63 dagen van 3.954
Mei 44.331 index 114 € 300.000 +2,3% 8,8% van 45.448 63 dagen van 4.217
Juni 47.615 index 122 € 298.000 −1,2% 9,1% van 48.733 84 dagen van 4.933
Juli 37.518 index 96 € 299.000 +1,6% 9,9% van 38.341 76 dagen van 4.040
Augustus 33.999 index 87 € 299.000 −0,5% 9,5% van 34.596 69 dagen van 3.334
September 40.975 index 105 € 312.000 +2,0% 10,0% van 41.623 66 dagen van 4.339
Oktober 43.134 index 110 € 310.000 +2,0% 9,9% van 44.035 70 dagen van 4.411
November 35.841 index 92 € 300.000 −0,7% 9,5% van 36.525 84 dagen van 3.621
December 31.665 index 81 € 299.000 −2,5% 9,1% van 32.367 77 dagen van 3.038
Alle maanden 468.645 € 299.000 – 9,2% 70 dagen

Nieuw aanbod telt de zoekertjes die in die maand voor het eerst met een prijs in onze historie verschijnen. Seizoen is hoeveel de mediane vraagprijs van die maand af­wijkt van haar eigen omgeving, nádat de jaarlijkse prijsstijging eruit gerekend is — zonder die correctie lijkt elke maand vroeg in het jaar goedkoop, en dat is dan gewoon de trend. Prijsverlaging is het aandeel panden dat binnen een half jaar na de aanmelding een lagere vraagprijs kreeg. Doorlooptijd is hoe lang het zoekertje online stond voordat het in het archief belandde, gemeten binnen een venster van één jaar voor elke maand gelijk.
De kolommen tellen niet dezelfde panden: de vraagprijs is een mediaan over aanmeldingen tussen € 25.000 en € 2.500.000, de prijsverlaging gaat over alle koopaanmeldingen van die maand en de doorlooptijd over het deel daarvan dat inmiddels gearchiveerd is. Elke kolom vermeldt daarom zijn eigen aantal.
De doorlooptijd is niet trendgecorrigeerd, de vraagprijs wel: de jaren zijn hier gewoon opgeteld. Een jaar waarin panden in het algemeen langer online stonden, trekt het maandbeeld dus mee. Per jaar apart gemeten loopt het verschil tussen de snelste en de traagste maand van 49 dagen in 2021 naar 35 dagen in 2022 naar 19 dagen in 2023. In de tabel hierboven scheelt het 28 dagen — een middeling over 3 jaren, die meer zegt dan er in het laatste jaar te zien was. Lees deze kolom dus als een volgorde en niet als een aantal dagen dat u kunt verwachten.
En er zit een raster van een week in. 58,2% van deze panden verdween op een dag die precies een veelvoud van zeven dagen na de aanmelding lag; bij toeval zou dat 14,3% zijn. Dat is het wekelijkse ritme waarmee makelaarssystemen hun aanbod verversen, niet dat van de markt. Alleen verschillen van hele weken betekenen hier iets: 59, 63 en 66 dagen liggen binnen dezelfde week en zijn niet van elkaar te onderscheiden.

De officiële toets: wat er werkelijk betaald is

Alles hierboven gaat over vraagprijzen. Statbel publiceert wat er bij de notaris daadwerkelijk betaald is — per kwartaal, dus te grof voor de maandvraag, maar met 2010K1 tot 2026K1 wel over veel meer jaren dan wij. Als twee onafhankelijke bronnen hetzelfde zeggen, is dat de sterkste toets die er is.

Kwartaal Aantal verkopent.o.v. een gemiddeld kwartaal Verkoopprijst.o.v. een gemiddeld kwartaal Waarnemingen
K1januari t/m maart −12,7% −0,8% 15 kwartalen
K2april t/m juni −2,1% −1,5% 15 kwartalen
K3juli t/m september −1,0% +2,0% 16 kwartalen
K4oktober t/m december +15,8% +0,3% 15 kwartalen

Het aantal verkopen kent een zwaar seizoen: het laatste kwartaal loopt ver boven het gemiddelde en het eerste er ver onder. Dat is grotendeels de drukte bij de notaris voor de jaarwissel, niet een markt die in december in paniek raakt. De prijs beweegt ondertussen nauwelijks — en dat is precies wat onze eigen vraagprijzen ook laten zien.
Bron: Statbel, vastgoedprijzen per gemeente en kwartaal (CC BY 4.0). De prijs is hier een met het aantal transacties gewogen gemiddelde van de gemeentelijke medianen — geen nationale mediaan, want die staat niet in de brongegevens.

Wat deze cijfers niet zeggen

  • Een seizoen in de vraagprijs is geen belofte over jouw bod. Dit zijn landelijke maandgemiddelden over honderdduizenden panden. Het verschil tussen twee woningen in dezelfde straat is een veelvoud van elk percentage op deze pagina. Wie in december koopt, koopt daarom niet 2,5% goedkoper.
  • Er staan maar 3 volledige jaren achter. Na de trendcorrectie blijven er 2 waarnemingen per kalendermaand over. Tussen die losse metingen van dezelfde maand zit gemiddeld 2,4 procentpunt speling, tegenover 4,8 procentpunt tussen de maanden onderling. Die twee getallen mag je niet zomaar naast elkaar leggen: het ene is een afstand tussen twee punten, het andere het verschil tussen de hoogste en de laagste van twaalf maandgemiddelden, en dat valt altijd groter uit. De eerlijke toets is wat dezelfde metingen opleveren als we de maandnamen door elkaar schudden, en dat is 5,1 procentpunt — méér dan de 4,8 die we werkelijk meten. Met drie jaren data is het prijsseizoen dus niet van toeval te onderscheiden: een uitslag als deze valt bij zuiver toeval in ongeveer 6 van de 10 gevallen even groot of groter uit. De kolom Seizoen hieronder is een meting, geen advies — en de goedkoopste en de duurste maand zijn geen aanrader en geen waarschuwing.
  • Gearchiveerd is niet hetzelfde als verkocht. Wij zien alleen dat een zoekertje verdwijnt. Meestal is er dan een koper, soms trekt de verkoper het terug of stapt hij over naar een andere makelaar. De doorlooptijd meet hoe lang een pand online stond, niet hoe lang het duurde tot de akte.
  • De doorlooptijd is een steekproef. Van de 377.261 gearchiveerde koopzoekertjes uit deze jaren hebben we bij 13,4% het moment van archiveren vastgelegd; bij de rest niet. Dat aandeel loopt per maand van 12,5% tot 15,1% — vlak genoeg om de maanden naast elkaar te zetten, maar het blijft een deel van het geheel en geen telling.
  • Een vraagprijs is geen verkoopprijs. Wat er uiteindelijk betaald wordt, weten wij niet; dat staat in de akte. Daarom staat de Statbel-toets hierboven: dat is het enige cijfer op deze pagina dat over werkelijk betaalde bedragen gaat.
  • Het seizoen van de markt is niet het seizoen van jouw gemeente. Deze cijfers zijn nationaal. Een studentenstad en een kustgemeente hebben een eigen ritme dat hier wegmiddelt.

Hoe we dit gemeten hebben

Onze prijshistorie telt ruim anderhalf miljoen mutaties, maar ze is niet over alle jaren even compleet: er zijn perioden waarin de scrapers stillagen. Een maandcijfer uit zo'n jaar gaat niet over de markt maar over onze eigen storingen, dus die jaren tellen niet mee. Een jaar telt alleen mee als het twaalf maanden heeft, elk met minstens 20 dagen waarop er iets gebeurde en minstens 2.000 nieuwe koopaanmeldingen.

Dat levert op dit moment 3 jaren op: 2021, 2022, 2023. Deze jaren vielen af:

JaarWaarom het niet meetelt
2008 6 maanden ontbreken
2009 3 maanden ontbreken
2010 1 maand ontbreekt
2011 1 maand ontbreekt
2012 10 maanden met te weinig meetdagen
2013 7 maanden met te weinig aanbod
2014 10 maanden met te weinig aanbod
2015 9 maanden met te weinig aanbod
2016 7 maanden ontbreken
2017 1 maand ontbreekt
2018 10 maanden ontbreken
2019 geen enkele meting in de prijshistorie
2020 11 maanden ontbreken
2024 1 maand ontbreekt
2025 12 maanden met te weinig meetdagen
2026 het jaar is nog niet om

De doorlooptijd komt uit 46.404 gearchiveerde panden, elk met hetzelfde observatievenster van 365 dagen — zonder dat venster zou een pand uit januari elf maanden de tijd hebben gehad om te verdwijnen en een pand uit november één, en dan meet je het seizoen van onze meting in plaats van dat van de markt. De prijsverlaging werkt net zo, met een venster van 182 dagen. Deze pagina wordt wekelijks op de achtergrond herrekend; laatst bijgewerkt 9-10-2026.

Kort samengevat

Is er een maand waarin je in België voordeliger een woning koopt?

Nauwelijks. Over 2021, 2022, 2023 zit er 4,8 procentpunt tussen de duurste en de goedkoopste maand, nadat de jaarlijkse prijsstijging eruit is gerekend. De “goedkoopste” maand is december (-2,5%), de duurste mei (+2,3%). Op een pand van 299.000 euro is dat minder dan wat één goed gevoerd gesprek met de verkoper verschuift.

In welke maand komt er het meeste te koop?

Juni is de ruimste maand: er komt 22% meer aanbod bij dan in een gemiddelde maand. December is de krapste, met 19% minder. Gemeten over 2021, 2022, 2023 op 468.645 nieuwe koopaanmeldingen.

In welke maand verdwijnt een pand het snelst uit de zoekresultaten?

Een pand dat in februari online komt, staat er mediaan 56 dagen op; een pand uit juni 84 dagen. Dat is gemeten op 46.404 panden die later gearchiveerd zijn, opgeteld over 2021, 2022, 2023. Anders dan bij de vraagprijs is er geen trend uit weggerekend, dus het verschil was niet in elk jaar even groot. Gearchiveerd betekent dat het zoekertje verdween — meestal omdat er een koper was, soms omdat de verkoper het terugtrok. Welke van de twee, weten wij niet.

Zegt dit iets over het huis dat ik op het oog heb?

Nee. Dit zijn landelijke maandgemiddelden over honderdduizenden panden. Het verschil tussen twee woningen in dezelfde straat is een veelvoud van elk seizoenseffect op deze pagina. Gebruik deze cijfers om te weten wanneer er véél of weinig te kiezen valt, niet om te bepalen wat je biedt.