In deze situatie wordt er een bewindvoerder aangesteld door de vrederechter. Deze bewindvoerder neemt de bescherming over de goederen van de betrokkene over en handelt in het belang van de beschermde persoon. Als de beschermde persoon vastgoed wil verkopen, dan speelt de bewindvoerder hierin een cruciale rol.
Volgens de Belgische wetgeving vereist de verkoop van onroerend goed door een persoon onder bewindvoering de goedkeuring van de vrederechter. De bewindvoerder moet bij de vrederechter een verzoekschrift indienen aangaande de verkoop. In dit verzoekschrift worden de redenen voor de verkoop uiteengezet, zoals de financiële toestand van de beschermde persoon, de marktwaarde van het vastgoed en of de verkoop al dan niet in zijn of haar beste belang is.
Het is belangrijk dat dit proces zorgvuldig gebeurt. De rechter zal alle aspecten overwegen en beoordelen of de verkoop noodzakelijk en gepast is. Dit besluit hangt af van factoren als de prijs die voor het vastgoed kan worden gekregen en of de opbrengst nodig is voor de verzorging of verbetering van de levensomstandigheden van de beschermde persoon.
De rechter kan beslissen om een deskundige aan te stellen voor de schatting van de waarde van het onroerend goed. Ook moet de bewindvoerder potentiële kopers informeren over de bewindvoering en de vereiste gerechtelijke goedkeuring. Na de goedkeuring door de vrederechter kan de verkoop doorgaan, net zoals bij elke andere vastgoedtransactie, met dien verstande dat de bewindvoerder de daadwerkelijke verkoophandelingen verricht namens de beschermde persoon.
Het is essentieel dat alle betrokken partijen transparant handelen en dat de belangen van de beschermde persoon voorop staan. Een verkoop onder bewindvoering kan complex zijn en vraagt om extra juridisch advies en begeleiding om ervoor te zorgen dat alles volgens de regels verloopt. Het raadplegen van een notaris of een advocaat gespecialiseerd in vastgoedrecht kan in dit geval dan ook sterk aangeraden worden.