Ga naar inhoud
Voor journalisten

Persruimte

Onze cijfers zijn vrij te gebruiken met bronvermelding en een link naar immospeurder.com (CC BY 4.0). Hieronder het cijfer waar we zelf het meest aan hechten, met de methode en de beperkingen erbij.

Persbericht · 9 augustus 2026

Vraagprijs ligt 13,9% boven wat er werkelijk betaald wordt

In 84,1% van de Belgische gemeenten ligt de mediane vraagprijs van een huis boven de mediane prijs die er volgens de officiële registratie werkelijk voor betaald wordt. Het mediane verschil bedraagt +13,9%, gemeten over 365 gemeenten waarvoor beide bronnen genoeg waarnemingen hebben.

Immospeurder legde het eigen actieve aanbod naast de geregistreerde verkoopprijzen die Statbel per gemeente publiceert (periode 2025Q2 t/m 2026Q1). Landelijk staat een mediane vraagprijs van € 370.000 voor een huis tegenover een mediane geregistreerde verkoopprijs van € 317.375 — een verschil van +16,6%, gebaseerd op 17.426 panden en 94.293 transacties.

Het verschil zegt weinig over één woning en veel over een gemeente. De spreiding is groot: bij een kwart van de gemeenten blijft het onder +4,6%, bij een kwart loopt het op boven +23,6%. In 15,9% van de gemeenten ligt de vraagprijs zelfs onder de geregistreerde verkoopprijs — doorgaans daar waar het aanbod klein is en toevallig uit goedkopere woningen bestaat.

Waar het verschil het grootst is

Gemeente Mediane vraagprijs Mediane verkoopprijs Verschil
Hannuit € 590.000 € 290.125 +103,4%
Bouillon € 349.000 € 190.000 +83,7%
Herenthout € 498.000 € 277.500 +79,5%
Huldenberg € 695.000 € 412.750 +68,4%
Mont-de-l'enclus € 298.000 € 179.000 +66,5%
Holsbeek € 680.000 € 411.200 +65,4%
Aiseau-presles € 174.000 € 223.500 -22,1%
Hove € 445.000 € 591.775 -24,8%
Sint-martens-latem € 649.000 € 868.713 -25,3%
Beauraing € 149.900 € 217.750 -31,2%
Chievres € 170.000 € 249.500 -31,9%
Zutendaal € 199.000 € 297.333 -33,1%

Hoe het gemeten is

  • Mediaan tegen mediaan. Aan beide kanten een mediaan, nooit een gemiddelde. Met gemiddelden komt hetzelfde cijfer op ruim +23% uit, omdat enkele dure panden een gemiddelde optrekken.
  • Dezelfde gebiedsafbakening. Statbel rapporteert per gemeente (NIS-code), dus staat daar het aanbod van de hele gemeente naast en niet dat van één postcode.
  • Vier kwartalen samen (2025Q2 t/m 2026Q1), en enkel gemeenten met minstens tien geregistreerde transacties en tien panden in ons aanbod.
  • Huizen tegen huizen. Appartementen zitten hier niet in.
  • Het cijfer is stabiel. Bij strengere drempels blijft het staan: minstens 10 panden → +13,9% (365 gemeenten); minstens 20 panden → +14,6% (268 gemeenten); minstens 30 panden → +14,3% (178 gemeenten); minstens 50 panden → +13,6% (95 gemeenten); minstens 75 panden → +13,6% (45 gemeenten).

Wat dit cijfer niet zegt

Dit is geen bewijs dat verkopers hun woning 13,9% te duur zetten. Er worden twee verschillende verzamelingen vergeleken: ons aanbod is wat op dit moment nog niet verkocht is, Statbel telt wat wel verkocht is. Wat langer te koop blijft staan, is systematisch duurder geprijsd. Het verschil weerspiegelt dus deels een echt prijsverschil en deels dat selectie-effect.

Het is evenmin een uitspraak over een trend. Om te tonen of de kloof groeit of krimpt, zijn ook historische vraagprijzen per gemeente nodig; het huidige aanbod naast oudere verkoopcijfers leggen levert een schijnbeweging op die alleen zegt dat de verkoopprijzen stegen.

Bron, licentie en ruwe gegevens

Verkoopprijzen: Statbel, CC BY 4.0. Vraagprijzen: het actieve aanbod van Immospeurder op 9 augustus 2026. Beide reeksen zijn zonder registratie op te vragen:

Overname is vrij met bronvermelding “Immospeurder.com” en een link. Cijfers gemeten op 9 augustus 2026; deze pagina verandert niet zonder nieuwe meetdatum.

Vragen, cijfers op maat of een interview?

We rekenen graag een cijfer voor jouw regio of periode uit. Dat kost niets en er zit geen voorwaarde aan.

Neem contact op